ET IN UTOPIA
aanzetten voor een driedelige opera-achtige liederenfantasie
(1)
Aanvallige Muzen, de Helikon, een weifelende maan... En een herder-dichter die zich slapend houdt. Zo eindigde de fabel van onze operafantasie die ooit als dagdroom aan een werktafel begon en ons, terwijl dat niet de bedoeling was, naar grote hoogten heeft weten te voeren.
Tijd om wakker te worden - een vermaning die wij tegenover onszelf eerder hebben geuit. Maar nog steeds is het ons niet gelukt ons op hol geslagen dromen drastisch in te perken.
Waardoor wij, met Palinurus en zijn droom in het hoofd, het hele eind op Palinurus' vlot op de golven van de zee mee gedobberd zijn, wij na zijn dood op jullie, Muze’s, Helikon zijn beland en, nadat wij ons naast de uiteindelijk in slaap gevallen herder-dichter neer hadden gevlijd, van Helena Nearia's zoektocht naar Palinurus' schim en dode lichaam zijn gaan dromen.
O Muzen van de Helikon, vertel ons waarom de koningin onder de goden nog steeds zo diep beledigd is. Laat desnoods, nu wij aanstonds uw Avernische zusters in hun krocht in Hesperia gaan bezoeken, uw woorden doorklinken in het gezang dat zij door honderd holen als hun monden zullen laten klinken. Ook al is het inmiddels voor onze held en haar die hij in bescherming genomen had te laat: zing ons de redenen waarom onze stuurman, een man van grote eerbied en trouw, voor de hoogheidsschennis van zijn meester boeten moest en de harten van de goden nog steeds zoveel toorn en boos venijn bevatten*).
(ndk, voorjaar 2021/23)
(2)
'Als dan, komend van de zuidkust van Italia, de wind u naar Sicilië drijft en zich de zeestraat bij kaap Pelorus opent, houd dan links en ontwijk met een lange omweg de kust en wateren rechts. Dit land, zegt men, is vroeger door een geweldige breuk van de aarde gescheurd en de zee kwam met een smalle gang tussen beide om los te scheuren wat een eenheid was.
Scylla bewaakt de ene kant. De andere kant Charybdis, die driemaal per dag een machtige woelende kolk recht omlaag de diepte in slurpt en evenveel keer weer omhoog spuwt, de sterren geselend met schuim. Scylla huist in het duister van een grot van waaruit zij met haar kop te voorschijn schiet en schepen op haar rotsen trekt. Het is beter om zonder haast de lange omweg te maken, ook al kost die voelbaar tijdverlies, dan eenmaal Scylla in haar hol te zien, terwijl het geblaf van honden op de rotsen klinkt.
Verder wil ik u bovenal nog één ding op het hart binden, en dit telkens weer en telkens weer herhalen: eer Juno’s grote macht. Noem haar het eerste in je gebeden, vermurw haar met offers en geloften en win de gunst van de grote godin! Eerst dan mag je het driehoekseiland Sicilië verlaten om koers te zetten naar Italia.
Daar, op Italische bodem, geland zul je Cumae, het goddelijk meer en de Avernische wouden bezoeken. En je zult aan de voet van haar grot de door Apollo bezielde priesteres zien, die in vervoering tekst en tekens op bladeren opschrijft en het lot voorspelt.
Haar spreuken staan aldus op bladeren geschreven die zij in rijen geordend opsluit in haar hol. Waar ze onaangeroerd hun eigen plaats en rang bewaren, maar als de deur zich opent waaien al diezelfde blaadjes, omdat ze zo teer zijn, hoog door de grot 16 door de lichte wind omhoog en door elkaar.
De Sibille neemt nooit de moeite om die dwarrelende verzen te vangen en te ordenen; men gaat dan zonder antwoord weg. Je mag je niet door wat dan ook laten weerhouden haar op te zoeken. Je moet de priesteres vragen en smeken dat ze voor jou een orakel zingt.’
Aldus - ingekort en gebruik makend van verschillende vertalingen - de van oorsprong Trojaanse koning Helenus in het derde boek van de Aeneis; woorden die in Vergilius' boek aan Aeneas waren gericht. Skylla, Sibylla, Cuma, Juno - en opwaaiende bladeren in een grot... En Hekalene en de Sirenen niet te vergeten...
Laten wij doen alsof deze woorden niet alleen aan Aeneas, maar ook aan ons zijn gericht. Laten we om te beginnen kijken of wij als lezer én als kijker, luisteraar, de sibille aan het zingen kunnen krijgen en haar verzen kunnen laten galmen door de honderd monden van haar krocht.
(ndk, voorjaar 2020/23)
.jpg)
_________
*) Vergelijk Vergilius' Aeneis, boek 1 v.8-11.
|