> Aanwijzingen

 

* CONCEPT EN FANTASIE

> Het verhaal

> Tableau en muziek

> Synopsis

> Interpretatie

> Resumé

 

* ACHTERGEDACHTE

> De bedrieglijke droom

> Besluit

 

* Appendix

> Referentieteksten

> Referentiebeelden

> Noten

> Verantwoording

 

 

> menu operafantasie

> home

 

 

 

 

ET IN ARCADIA - ELISSA'S GLOED

 

 

Resumé voor de verdere uitwerking

 

 

Samenvattend overzicht van de personages, scenografie en motieven die in het voorafgaande naar voren zijn gebracht, als uitgangspunt voor het libretto en de dramaturgische uitwerking van dit concept als eenakter.

 

 

PERSONAGES

 

Elissa (Dido)

Verte-stem tijdens de intro, tussenspelen en finale.

 

Drie sibillen: Kassandra, Deiphobe en Hekalene

Priesteressen van de god Hekatos/Apollo/Phoibos en de ‘grote’ godin Hekate/Artemis/Selene.

Drie functies van de sibillen naast die van priesteres: zieneres, profetes en orakel.

Kassandra (1e scène) zieneres / priesteres Apollo,

Deiphobe (2e scène) orakel / priesteres Hekatos/Apollo/Phoibos, en priesteres Hekate/Artemis/Selene,

Hekalene (3e scène) profetes / priesteres Artemis.

 

Helena Neaira

Adoptiemuze van de schone en bevallige dingen.

 

Twee godinnen: Nemesis en Aidos

Figuranten, statische rol in de 2e en 3e scène; handelende rol in de tussenspelen en finale.

Nemesis, hier in haar hoedanigheid van oude beschermster,

Aidos, hier in haar hoedanigheid van het schaamtevolle geweten.

 

*

 

SCENOGRAFIE

Grot 1e scène, Kassandra; aan het strand bij Troje / ’s morgens vroeg na de val van Troje.

Grot 2e scène, Deiphobe; in de bossen van Cuma / bij het ochtendgloren daags na Aineias’ aankomst in Cuma.

Grot 3e scène, Hekalene; aan het strand van Velia / bij zonsonder- gang drie dagen later.

----- 4e scène, (1e tafereel) Helena Neaira; langs een beek, ergens onder weg van Velia naar Scilla / overdag enige dagen later.

Grot 4e scène, (2e tafereel) Helena Neaira; zeegrot bij Scilla / grot van de in een rots veranderde Skylla / later op die dag.

Grot intro, tussenspelen 1, 2 en 3 en finale, referentie aan de grot van Elissa’s huwelijksritueel met Aineias.

 

 

REKWISIETEN / ATTRIBUTEN

Aardenwerken larnax: attribuut van het Et in arcadia ego motief.

Aardenwerken tritonschelp: attribuut van het hybris motief.

Gouden tak: attribuut van het motief van de esthetische werkelijkheid.

Aardenwerken ei en omphalos: attributen van de vruchten van de hybris.

 

 

THEMATIEK

Zelfverheffing: hybris en vloek // zondebok en zoenoffer als ingebeelde verlossing.

Utopisch ideaal: die van een neo-gouden tijdperk (de heilstaat van het nieuwe rijk als retrotopie) // die van een neo-arcadische tijd (de heilstaat van de esthetische werkelijkheid van het geweten en de bevallige dingen).

Narratieve spiegelingen: verraad (Aineias tegenover Elyssa) // trouw (Palinouros ten opzichte van Helena Neaira) // // trouw (Aineias aan zijn goddelijke missie) // verraad (Palinouros tegenover Aineias en zijn missie).

De poorten van de droom: de bedrieglijk vergulde // de onvervulde droom // // verwekking van het gouden geslacht // de vrucht van steen.

Het sombere plezier van de melancholie: aan de rand van de afgrond met een ontbladerde gouden tak // de weg naar de ingebeeld volmaakte, nog onbekende bestemming.

 

 

THEMATISCHE OPBOUW

1e scène. Kassandra voorziet Aineias’ verraad aan Elissa van Karchedon en de vernederingen die Helena Neaira van zijn kant zal moeten ondergaan. En de vloek die, ondanks het offer dat als zoening voor zijn hybris zal worden gebracht, daarmee op Aineias’ missie zal komen te liggen,.

2e scène. Deiphobe begeleidt Aineais, na hem in een bedwelmende slaap te hebben gebracht, met haar orakels op zijn tocht door de onderwereld, waarbij hij niet daadwerkelijk in de onderwereld afdaalt en de grootsheid van zijn utopische missie slechts in de roes van valse dromen beleeft.

3e scène. Hekalene verheerlijkt door hemelse tekens daartoe aangezet het dode lichaam van de stuurman van Aineias, dat als zoenoffer over zee naar Velia is gebracht. Zij voorspelt een glorieuze heilstaat anders dan die in Kumai was voorspeld, en die door een andere heilbrenger dan Aineias gevestigd zal worden.

4e scène - 1e tafereel. Helena Neaira is, na haar visioen van Palinouros’ dood als zondebok, op zoek naar het dode lichaam van de stuurman van Aineias, die haar steeds in bescherming genomen had. Zij heeft eerder, maar tevergeefs, geprobeerd om zijn schim in de onderwereld te mogen bezoeken en hem van daaruit mee terug naar de wereld te mogen nemen.

4e scène - 2e tafereel. Zij bereikt op haar zoektocht de grot waar haar beschermer door de wellustige Skylla is verslonden. Daar treft zij de versteende vrucht van het inmiddels in een rots veranderde monster en haar gewelddadige vereniging met Palinouros aan en zij heeft nog maar één wens: te sterven om zich langs die weg bij haar beschermer te kunnen voegen.

Intro: (ver)vloek(ing) en hybris.

Tussenspelen: drie fasen in de verwerkingsroes van vernedering en gekrenkte trots. Finale: ultieme opstandigheid en hybris.

 

> aanwijzingen - > het verhaal - > tableau en muziek - > synopsis - > interpretatie - > resumé - > bedrieglijke droom - > besluit - > appendix

> menu operafantasie - > home